Tănase vertalen: Donkere lichamen

Stelian Tănase | September 30, 2008
Critic: Jean Harris
Translated by: Jan Willem Bos

 

Telkens wanneer ik een Roemeense tekst vertaal, ben ik me ervan bewust dat ik cultuur aan het vertalen ben. Dit is iets wat iedereen overkomt. Een tekst in het Frans (Aramees of Chinees) bestaat binnen een bepaalde culturele context, en als de alchemie en de logistiek kloppen, sijpelt er op een of andere manier een gevoel van Frans-heid in het Amerikaans-Engels binnen – of dat hoopt de vertaler tenminste. De situatie met betrekking tot Roemeense literatuur is in dit opzicht bijzonder precair. Het is een welbekend feit dat in de breedste, meest onliteraire zin de Roemeense cultuur terra incognita is in de Verenigde Staten. Daarom ziet de vertaler zich geconfronteerd met de dubbele uitdaging om bepaalde aspecten van de cultuur (die inherent zijn aan de tekst) over te brengen en er tegelijkertijd naar te streven de ideale Amerikaanse lezer te creëren – wat te vergelijken is met het vinden van perfecte adoptieouders voor een kind dat in een ver land geboren is en een product van de cultuur van dat land is.

            Stelling: een roman moet ons kunnen raken zonder verdere uitleg. Tegen-stelling: het is ook waar dat Amerikanen Britse en Amerikaanse literatuur lezen met een heel arsenaal aan boeken, cultuur en geschiedenis in hun bagage. Er zijn geloofwaardige argumenten te bedenken voor beide posities. Het is mogelijk dat de Amerikaanse lezer ‘verwend’ is door het Latijns-Amerikaanse magisch realisme, dat maar weinig annotatie verlangde. Daarentegen lezen wij Dostojevski met alle voetnoten die we maar tot onze beschikking hebben. En omdat ik in dit opzicht nogal moederlijk en zorgzaam ben, heb ik voortdurend het gevoel dat er een paar dingen zijn die de eventuele lezers van Roemeense literatuur zouden willen weten.

            Algemene beschrijving: de Roemenen zijn open en vriendelijk in sociale situaties. Je kunt binnen vijf minuten alles over iemand te weten komen, en van jou wordt ook verwacht dat je meteen al je kaarten op tafel legt. Het vertellen van verhalen is een belangrijk onderdeel van het sociale leven, en dat geldt evengoed voor de senator als voor de taxichauffeur en de boer. Een buitenstaander die naar Roemenië komt, merkt het dadelijk: Roemenen hebben een onmiskenbare neiging om zowel te vertellen wie ze zijn als waar ze vandaan komen (tot en met de grootouders en zelfs daarvoor), en deze voorkeur gaat gepaard met een neiging om, hardop, veel herinneringen op te halen. Een typisch Roemeens feestje is geen gelegenheid om je sociale status te etaleren. Wij kennen elkaars familieleden en elkaars problemen. Mensen organiseren zich snel in een groep die onderdeel is van een geheel. Er zou een antropologiehandboek voor nodig zijn om het uit te leggen, maar het lijdt geen twijfel dat de geschiedenis er een rol in heeft gespeeld. Ik vermeld dit hier, omdat mores en proza door dezelfde mechanismen in werking worden gesteld. Waar het om draait: Roemenië is een van de universele hoofdsteden van de vertelkunst.

            Vanuit dit gezichtspunt gezien draait het bij de roman (en bij zijn voorgangers sinds Homerus) om de voortgang van een individu door een maatschappij die aan verandering onderhevig is – ten goede en ten kwade. Een van de redenen waarom wij lezen, is om te zien hoe een individu zich staande weet te houden in het sociale web. Het element van sociale relevantie draagt ertoe bij dat het verhaal boven roddelpraat of kitsch wordt uitgetild. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat de bloeiperiode van de Britse roman samenvalt met de ondergang van het agrarische waardestelsel, de opkomst van de industriëlen en het ontstaan van een arbeidersklasse. Dickens en Trollope zijn keerzijden van dezelfde medaille en hun boeken gaan over de voortgang van het individu door een maatschappij die onderhevig is aan steeds snellere sociale veranderingen. Versnel de verandering tot voorbij het absorptievermogen van het menselijk dier, en het resultaat is postmoderne fragmentatie. Alleen is Roemenië geen Groot-Brittannië en het mechanisme van de sociale verandering heeft hier op de Balkanmanier gefunctioneerd.

            Wij bevinden ons in een universele hoofdstad van de vertelkunst omdat we ons in de universele hoofdstad van de regimeverandering bevinden. De pret begint op het moment dat de Romeinen Dacië veroveren. In de middeleeuwen zijn de Roemenen verdeeld over drie vorstendommen – Transsylvanië, Moldavië, Walachije – die zich allemaal geconfronteerd zien met vijanden van imperiale omvang, namelijk Oostenrijk-Hongarije in het westen, Rusland in het oosten en Turkije in het zuiden. De Roemeense geschiedenis is daarna het verhaal van de ontworsteling aan de overheersing door rijken van buitenaf. Het is tevens het verhaal van Roemeense vorsten die elkaar afslachtten omwille van de beperkte macht die tot hun beschikking stond. We hebben hier te maken met de geschiedenis van verloren en herwonnen grondgebied. Het is ook de geschiedenis van het bewaren van cultuur, van de uiteindelijke eenwording.

            Enkele data: in 1856 verenigen Walachije en Moldavië zich dankzij een trucje: zij verkiezen beide dezelfde vorst. In 1877 wint koning Carol de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turken. Tussen 1877 en 1914 beleeft Roemenië enkele decennia van consolidatie en verandert in een moderne staat die vooruitgang boekt op het gebied van industrie, landbouw en onderwijs, terwijl ook de moderne Roemeense literatuur opbloeit. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt Transsylvanië verenigd met de twee andere Roemeense landen.

Roemenië maakt grote stappen op economisch en cultureel gebied in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog, maar het landschap wordt overschaduwd door de groei van het Europese fascisme. Bessarabië wordt in augustus 1939 geannexeerd door de Sovjet-Unie, een gevolg van het Molotov-Ribbentrop-pact. Op 30 augustus 1940 wordt op basis van het Vergelijk van Wenen een groot deel van Transsylvanië teruggegeven aan Hongarije. Roemenië verliest als slachtoffer van de grote mogendheden een derde van zijn grondgebied. In 1939 breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Roemenië, in de steek gelaten door de Geallieerden, vecht aan de kant van Duitsland tot 1944, wanneer door middel van een gewapende opstand het land zich tegen Duitsland keert. In 1945 wordt Roemenië min of meer bezet door Sovjet-strijdkrachten, die er tot 1958 blijven. Op 31 december 1947 wordt koning Michael gedwongen om troonsafstand te doen. Vanaf dat moment begint voor Roemenië de zwarte periode van het stalinisme tijdens welke het land wordt onthoofd. Op alle gebieden wordt het leiderschap onderdrukt. De ‘elites’ verdwijnen. De terreur duurt tot 1965. De dood van partijleider Gheorghe Gheorghiu-Dej opent de weg voor Nicolae Ceauşescu, met wie een periode van dooi begint die slechts zes jaar zal duren. In 1971 reist Ceauşescu naar China en wordt verliefd op het Aziatische totalitarisme. Zijn grootschalige bouwprogramma leidt tot de verminking van Roemeense steden, de economische ineenstorting in de jaren tachtig en de invoering van een persoonlijkheidscultus naar Noord-Koreaans voorbeeld. Op 22 december 1989 vindt in Roemenië de enige bloedige revolutie in Oost-Europa plaats.

            De algehele gevolgen hiervan voor de cultuur zijn onder meer:

- een eeuwenoude strijd om het christendom – en Europa – te behoeden tegen de opkomst van de islam vanuit het oosten;

- de ontwikkeling van een ondergronds leven ten aanzien van eerst imperiale leiders en vervolgens van dictators;

- de indruk in de val te zitten, wat leidt tot een algemeen gevoel dat het heil uit een andere wereld komt en alleen in die andere wereld genoten kan worden – of in een alternatieve wereld in het geval van de surrealisten, durf ik te stellen;

- uitgebreide inspanningen om de nationale identiteit te bewaren, waaronder steun voor de Roemeense Latiniteit en taal – waarbij een van de problemen is hoe de Romaanse taal die het dichtst bij het soldaten-Latijn staat moet worden gehandhaafd in het midden van een overwegend Slavische zee;

- de bevestiging van het Roemeens-zijn door het creëren van een sterk idiomatische taal met een spectaculaire idiomatische dichtheid, die volgens mij een gevoel van ‘ons-zijn’ teweegbrengt, van het behoren tot een cultuur – op dezelfde manier waarop slang een groepsgevoel creëert.[1]

Al deze beweringen vragen om beargumenteerde essays waarvoor tijd noch ruimte voor is.

            Waar het uiteindelijk om draait, is dat het probleem van Roemenië is geweest ‘hoe te overleven’. Dikwijls ging het erom ‘hoe niet te sterven’. En dikwijls ging het erom ‘hoe te sterven’ – het vinden van een spirituele houding om de dood tot een vriend te maken. In deze context staat het vertellen van verhalen op diverse niveaus gelijk aan het bereiken van heil. In de eerste plaats was het een manier om de collectieve identiteit te bewaren door deze om te zetten in ‘folklore’ of ‘hoge’ kunst, alsmede door gewone, bijna onbewuste overdracht.[2] In de tweede plaats is hier, zoals overal elders, de vertelkunst een manier om het individuele bestaan te bevestigen. Alleen heeft in Roemenië het vertellen een grotere intensiteit. Het verhaal baant zich gewoon een weg naar buiten. Op een of andere manier. Met maximale intensiteit. Onder enorme druk. De literatuur en het leven genereren hier eindeloze voorbeelden van. De onderliggende gedachte is: ik vertel, daarom ben ik. In de derde plaats kan het vertellen van verhalen in het Roemeense bewustzijn optreden als ‘de enige uitweg’ – uit een val, en niet in de Sheherezade-zin van het woord. Het oervoorbeeld hiervan is de ballade Mioriţa (Het ooilam), die een heilige plaats inneemt in de Roemeense cultuur/folklore/literatuur. Een herder die verneemt dat hij wellicht gedood zal worden, construeert een prachtige leugen (een ‘ware’ leugen) over een kosmisch huwelijk om het leed van de nabestaanden te verlichten.[3]

            Alles goed en wel. Maar wanneer het gaat om Tănase, word ik bevangen door een heerlijke duizeling, een draaierig gevoel alsof de hele tekst door een snijapparaat is gegaan – een gehaktmolen, keukenmachine of montagetafel – ‘al het bovenstaande’ in het tijd- ruimte dis-continuüm van deze plaats. In de roman Corpuri de iluminat (Donkere lichamen) vertaalt Tănase traditionele culturele en literaire elementen in een subjectieve, geïmproviseerde zone.

            Daar zijn redenen voor. Stelian Tănase werd geboren in Boekarest, trouwde tijdens zijn studietijd, studeerde in 1977 af, werkte daarna een jaar als leraar op het platteland en kwam aan het einde van het schooljaar zonder werk te zitten. ‘Het probleem was de liberale literatuur die we op de universiteit hadden ontdekt. Ik sprak daar tamelijk open over met mijn vrienden. Ik wilde een geschiedenis van het stalinisme schrijven en ik denk dat de Securitate daarachter was gekomen. Ik werd in de gaten gehouden. Na verloop van tijd werd mijn telefoon zonder onderbreking afgeluisterd, tenminste in de periode van 1983 tot en met 1989. Ik had allerlei problemen.’ Hoewel hij was gemarginaliseerd, geen ‘dossier’ had op grond waarvan hij een baan kon krijgen en overleefde als jazz-impresario in de Boekarester underground, slaagde hij er niettemin in een dik Securitate-dossiers te vergaren dankzij het feit dat hij door de geheime politie werd geschaduwd. In 1982 lukte het hem om zijn eerste roman gepubliceerd te krijgen, Luxul melancoliei (De luxe der weemoed), maar de censuur verbood Corpuri de iluminat en ook de roman die daarop volgde. Alles bij elkaar was het een periode waarin hij maand na maand zijn kostje bij elkaar moest zien te scharrelen. Zijn literaire eergevoel speelde ook een rol: ‘Ik wilde niet toegeven, wijzigen, schrappen zoals de gewoonte was. Ik kon geen compromissen sluiten en bleef het uitstellen in de hoop dat er iets zou veranderen. De liberalisering bleef echter uit. Wat wel kwam, was de revolutie, op het moment dat ik met twee ongepubliceerde boeken zat.’[4] Biografie kan kunst niet verklaren. Alleen vertaalt kunst wel de leefomgeving, en in die zin is kunst een rechtstreekse vertaling van beleefde cultuur.

            Bijvoorbeeld: Sandu is de hoofdpersoon van Corpuri de iluminat. Jazzmusicus, pianist, gelegenheidsrocker die aan een acute vorm van de blues lijdt. Er is ook een dame in het spel. Pia: een slimme tante, neurotisch, aantrekkelijk, een sirene van Boekarest, Bovary en femme fatale. Ze heeft sproeten. Ze draagt een bril. De roman meandert en overstroomt. Een lineaire vertelling is niet de essentie van het spel. Integendeel. Blues is zo gestructureerd dat men altijd terugkeert naar het thema. Niet alleen dat, Tănase schrijft proza op de manier waarop zijn hoofdpersoon muziek maakt:

Zolang [Sandu] niet improviseerde, zolang hij vasthield aan het thema van de blues en het herhaalde zodat het zich obsederend in zijn gehoor zou nestelen, kon [Pia] hem zien, concreet, met vingers als hongerige vleermuizen die over de toetsen scheerden, af en toe een zwarte toets raakten, een zevende noot als een kreet. Pas als hij zich een beetje naar voren boog en de verknoopte snaren bekeek, geïntrigeerd door de configuratie van de akkoorden in de hamertjes die om de beurt tevoorschijn kwamen, betekende dit dat hij zich had losgemaakt en dan begreep Pia er niets meer van. Een irritant soort wonder verslond hem, en zij voelde zich alleen, alsof Sandu haar in de steek had gelaten, en dat joeg haar doodsangsten aan.

 

Dit is een roman waarin de geluidsindrukken van belang zijn, net als de improvisatie en de intrige van de verknoopte snaren.

            Afgezien van een improvisatie op het niveau van taal, plot en gedrag is Corpuri de iluminat tegelijkertijd een roman over het Roemeense vertellen. In de informantencultuur komt een uitnodiging om een persoonlijk verhaal te vertellen neer op een uitnodiging om een stapel vellen toe te voegen aan je Securitate-dossier. Een typische situatie: Sandu verlaat zijn appartement. ‘Op de overloop komt hij madame Elvira van de derde tegen, zwaarlijvig opgemaakt geblondeerd, die moeizaam hijgend de trap bestijgt.’ Hij vertelt dat hij op weg is naar een optreden waarop madame Elvira reageert met: ‘En wat voor optreden, als ik zo vrij mag zijn? Ik heb nergens affiches gezien, en niets op de radio. Geef je een pianorecital? O ja, jij speelt jazz, dat heeft m’neer Făinuş me verteld. Die was komen vragen hoe jij je bedruipt, waar je van leeft, of je bezoek ontvangt, wanneer je gaat en komt’ – en dit gelardeerd met verhalen over het liefdesleven van madame Elvira zelf en een zeer dringende uitnodiging om te komen eten.

             Een eenvoudig gesprek – over het opstellen van een actieprogramma – loopt uit op een gezwets dat culmineert in een ironische buiging aan het adres van het regime:

 

Eh, laten we dan met de beraadslagingen beginnen, want vandaag is daar een goede dag voor, heren, ik heb grote plannen: we gaan alle steden afreizen, we gaan de muren volplakken met affiches, we zullen zorgen dat de stadions volzitten met mensen, we gaan het maken, heren, want, heren, geld brengt de wereld in beweging. Wij gooien ons topproduct op de markt, zodat de eerlijke betaler voor een paar ogenblikken zichzelf kan vergeten. Overal waar je een grauw bestaan tegenkomt, zul je geld vinden voor shows en goedkope genoegens die ter beschikking staan aan de gewone man van wie wij zoveel houden en voor wie wij onze talenten, liefde, energie, idealen opofferen, aan wiens voeten wij neerknielen en aan wie wij vergeving vragen met ons hoofd gebogen in het stof. Wij zullen hem dienen totdat God onze rekening opmaakt en ons zal opnemen onder de gelukzaligen. Ik denk dat u het met mij eens bent. Hier, omringd door deze geavanceerde instrumenten, wil ik verkondigen dat wij nimmer onze missie zullen vergeten, namelijk om een straaltje licht te brengen tussen de eeltige handpalmen van de arbeiders, secretaressen, soldaten... Wij zijn het eens, mijn jonge vrienden. Ik ben ervan overtuigd dat wij het met elkaar zullen kunnen vinden en dat wij ons verbonden zullen weten door broederlijke gevoelens. Eh, na deze inleiding, laten we aan de slag gaan.

 

Erger nog, met het oogmerk valstrikken te spannen, wordt het vertellen van verhalen, wanneer het in duivelse handen valt, het vertellen van leugens. Wij bevinden ons op nieuw terrein. Het vertellen van verhalen is een middel geworden om mensen uiteen te drijven, om een cultuur uiteen te doen vallen.

            Alleen de mislukkelingen hebben nog toegang tot verhalen als middel om de groep bijeen te houden.

 

Een van de jongens haalt een fles wodka onder zijn jack tevoorschijn en geeft hem aan Ovi, Ovia aan Lefter, aan Sandu, Relu – Felix komt uit het niets tevoorschijn: geef mij een teug. Wanneer de nacht valt, zitten ze in de repetitieruimte opgewonden plannen te maken, herinneringen aan oude shows op te rakelen, problemen met instrumenten die kapot gingen terwijl ze midden in een optreden zaten, met plaatselijke potentaatjes, met onverkochte kaartjes. Met roddels uit hun wereldje. Musici, impresario’s, ballerina’s, theaterdirecteurs, fans, chauffeurs, kruiers en de hele reutemeteut, een hele wereld met zijn eigen wetten en figuren... Ze zijn opgewonden over het bericht van hun vertrek, de repetities en hun aanstaande optredens, worden plotseling spraakzaam, hebben geen huis meer. De nacht is gevallen en terwijl de bandrecorder zachtjes aan staat, braken ze nog steeds blues en rock uit tussen de magisch knipperende lampjes van het mengpaneel... Ze hadden veel verhalen te vertellen. Ze kenden elkaar goed, hadden dezelfde gewoonten, obsessies, smaak. Ze waren alleen. Ze waren de kantoren uitgejaagd en zakelijk gezien een mislukking geworden. Dit was iets tijdelijks dat hun hele leven duurde. Zij leidden niet het doorsnee bestaan van anderen, integendeel, er overkwam hen van alles. Ze waren niet zeker van de dag van morgen, en daardoor waren ze zo onbesuisd, zo hooghartig.

 

De personages zitten zowel politiek als metafysisch in de knel. Dat is de betekenis van het vertaalde hoofdstuk waar dit essay bij hoort. Je kunt het zo stellen: ‘Je weet nooit wat je overkomt, je weet maar nooit of de geduldige goden die je in de gaten houden je ondergang hebben gepland.’ De ‘mioritische’ droom van een goedaardige kosmos is verdwenen. We dolen rond in een gnostisch universum, als marionetten van blinde goden. Daarom ook het centrale drama van hoofdstuk twee: Sandu en Pia zoeken een typisch Roemeense schuilplaats op: het alternatieve universum van het mooie verhaal. Het werkt niet. Het is niet genoeg. Dat is hun tragiek.

            Goed dan. Corpuri de iluminat is Roemeense blues in mineur. Maar het is meer dan dat. Het is internationaal. Het is joyceaans. Origineel. En over Joyce gesproken: Joyce’s Ulysses, een werk over het binnenste geschreven (in ballingschap en dus) van buitenaf is een vervulling van de opperste wens van Stefan Dedalus: naar het buitenland gaan om ‘vorm te geven aan het ongeschapen bewustzijn van mijn volk’. In vergelijking met Ulysses zet Corpuri de iluminat de zaken op zijn kop en benadert alles op een Balkanmanier. Bij Tănase kijken we naar iets als inwendige ballingschap – een van binnenuit beschreven uitwendigheid. – en naar dat ‘irritante wonder’, dat maakt dat interpretatie revelatie wordt. Lastig zijn voor de Securitate draagt bij aan het vormen van het geweten – maar verder dan dat gaan we de politiek niet in – en van ‘ tijdelijkheid’, de brokstukken van de tijd. Wij zitten hier niet in een verhaal, het is iets anders. ‘De roman die ons interesseert,’ schrijft Julio Cortazar in Hopscotch, ‘is niet de roman waarin personages in een bepaalde situatie worden geplaatst, maar eerder een waarin de situatie in de personages wordt geplaatst. Op deze manier zijn deze niet langer personages, maar worden ze mensen. Er vindt een soort extrapolatie plaats, waardoor zij van de bladzijde springen naar de lezer toe, of de lezer naar hen toe. Kafka’s K. heeft dezelfde naam als zijn lezer, of vice versa.’ Zo vinden wij het leven voorbij de fictie. Anders gezegd, fictie zwelt op: de valstrik van de een wordt de valstrik van ons allemaal. U wordt bedankt, madame Bovary.



[1] Volgens een hypothese waar eindeloos op voortgeborduurd zou kunnen worden, is het karakter van de Roemeense taal niet alleen bepaald door het isolement maar ook door de behoefte aan groepssamenhang, hetgeen een huiselijk, vertrouwelijk karakter en een zekere lieflijkheid verleent aan grote gebieden van de taalkundige ruimte.

[2] Bijvoorbeeld, toen de Russische tanks in het land waren, gedurende een periode waarin pogingen werden gedaan om het nationale karakter te onderdrukken door het uiterlijk van het Romeinse alfabet minder Latijns te maken, speelden in de omgeving van Pitesti, waar mijn man is opgegroeid, niet ver van de beruchte ‘heropvoedingsgevangenis’, de kinderen op straat Romeintje en Daciër of cowboys en Indianen – uiteraard zonder dat iemand daar bezwaar tegen maakte. Dit was zo duidelijk dat je niet bijzonder slim hoeft te zijn om het door te hebben: het kinderspel was een ‘vertelling-in-actie’ van het stichtingsverhaal van de Roemeense identiteit als het samensmelten van twee volken op een plaats waar rijken vochten over strategische locaties en natuurlijke hulpbronnen.

[3] De ballade, waarin een gesprek plaatsvindt met een sprekend lam, is prachtig en helemaal niet geestig. Hier volgt een fragment in de vertaling van Jan Willem Bos. ‘Zeg niets, als je hoort / Dat ik ben vermoord / Maar zeg hun ronduit / Dat ik weg ben met m’n bruid / Met een prinses zeer edel / De bruid der ganse wereld / En op onze bruiloft / Viel een held’re ster / De maan en ook de zon / Hielden vast mijn huwelijkskroon, / De sparren en esdoorns daar / Zaten met ons aan het maal. / Priesters waren de hoge bergen / Muzikanten – vogels in zwermen, / Duizenden van alle soorten / En sterren waren mijn toortsen. / En als je mocht zien, / Ontmoeten misschien, / Mijn bejaarde moedertje / Met haar wollen gordeltje, / Haar ogen betraand / Over de vlakte gaand, / Zij vraagt iedereen, / Vergeet er niet een: / – Zeg me. Kende iemand hier / Een schone herder, o zo fier, / Wie zag, zeg me dan / Een knappe jongeman. / Zijn blanke gezicht / Schoon als het licht / Zijn glanzende baardhaar / Zacht als de korenaar, / Zijn zwarte dos zo gaaf / Als de veren van een raaf. / En zijn ogen stralen / Als de wilde bramen. / Lammetje, heb dan maar / Mededogen met haar / En zeg haar ronduit / Dat ik weg ben met m’n bruid / Een koningsdochter edel / Bij de poort der hemel. / Mijn oude moeder, zeg haar niet / Dat op mijn bruiloft een ster viel, / Dat de sparren en de esdoorns daar / Met ons zaten aan het maal. / Als priester – de hoge bergen, / Muzikanten – vogels in zwermen, / Duizenden van alle soorten / En sterren waren mijn toortsen.’

 

 

[4] In Tănase’s cv van na 1989 wordt hij beschreven als essayist, scenarioschrijver en historicus, minister, hoogleraar politicologie, lid van het Woodrow Wilson-genootschap en gastheer van een praatprogramma.

 

About this issue

This July, The Observer Translation Project leaves its usual format to present a special CRISIS ISSUE. Things are tough all over. Hard Times suddenly feels like the book of the moment. The global economic crisis impacts life as we know it, and viewed from Bucharest the effects reverberate in domains that include geo-politics and publishing in Romania and abroad, with the crisis at The Observer Translation Project as an instance of a universal phenomenon. read more...

Translator's Choice

Author: Vasile Ernu
Translated by: Monika Oslaj

Oda sovjetskom toaletu

Oda sovjetskom toaletu Posvećeno Iliji Kabakovu Za sovjetskog građanina ne postoji ništa intimnije od toaleta (Dopustite mi sa velikim poštovanjem koje imam prema ovom mjestu i ovoj ...

Exquisite Corpse

Planned events in Cultural Agenda see All Planned Events

17 December
Tardes de Cinema Romeno
As tardes de cinema romeno do ICR Lisboa continuam no dia 17 de Dezembro de 2009, às 19h00, na ...
14 December
Omaggio a Gheorghe Dinica Proiezione del film "Filantropica" (regia Nae Caranfil, 2002)
“Filantropica” è uno dei film che più rendono giustizia al ...
12 December
Årets Nobelpristagare i litteratur Herta Müller gästar Dramaten
Foto: Cato Lein 12.12.2009, Dramaten, Nybroplan, Stockholm I samband med Nobelveckan kommer ...
10 December
Romanian Festival @ Peninsula Arts - University of Plymouth
13 & 14 November 2009. Films until 18 December. Twenty of Romania's most influential and ...
10 December
Lesung und Gespräch mit Ioana Nicolaie
Donnerstag, 10. Dezember, um 19.30 Uhr Ort: Szimpla Café Gärtnerstrs.15, ...
 
 

Our Partners

Razvan Lazar_Dunkelkammer SENSO TV Eurotopics Institutul Cultural Roman Economic Forum Krynica Radio Romania Muzical Liternet Radio France International Romania Suplimentul de cultura Radio Lynx